Vaardigheidstoets Leesvaardig 3KB3PER3ONNBLOK3SOZAKELIJKLEZEN

à

 

Naam:

Klas: ...                Datum: ...

 

 

Lees de tekst en beantwoord de vragen.

 

Wc-papier!

 

1    Mensen kunnen niet stilzitten. Dus bedenken ze steeds iets nieuws. Dingen die de wereld op zijn kop zetten of kleine, toevallige uitvindingen. Wat denk je van de uitvinding van handige velletjes voor superschone billen?

2    Wc-papier is er in allerlei soorten en maten. Wit, grijs, vochtig, met luchtkussentjes, een geurtje of met leuke tekeningetjes. Elke keer verzinnen de fabrikanten weer iets nieuws. De mensen weten van gekkigheid niet meer welke rol ze uit het schap moeten trekken. Bijna niemand heeft nog zin om zijn billen te vegen met een grijs, hard velletje. Net schuurpapier. We hebben veel liever een rol papier met honderdduizend luchtkussentjes. Of een rol waar een parfummetje in zit. Lekker zacht en heerlijk fris.

3    Maar zo was het natuurlijk niet altijd. In de achttiende eeuw en de eeuwen daarvoor hadden de mensen nog nooit van een rol pleepapier gehoord. Je veegde je kont schoon met je handen, een pluk gras, een steentje of een oude lap stof. Het lag er maar aan wat je kon vinden. Woonde je op Hawaï, dan gebruikte je de schil van een kokosnoot. Leefde je in de buurt van de zee, dan kwamen mossels en schelpen goed van pas. Toen in de achttiende eeuw in Amerika de eerste kranten verschenen, maakten de mensen hier dankbaar gebruik van. Had je ’m uit, dan scheurde je ’m in kleine stukjes. Ideaal om je billen mee af te vegen. Een andere belangrijke bron van wc-papier was in die tijd de Amerikaanse Sears postordercatalogus. Het reclameboekje werd gedrukt op onbewerkt papier en nam al het vocht goed op. Toen de catalogus jaren later ineens werd gedrukt op glanzend papier, regende het klachten bij het bedrijf. Het nieuwe papier was veel te hard en het nam geen vocht op. Wat moesten de mensen daar nou mee?

4    Pas in 1857 vond de Amerikaanse zakenman Joseph Gayetti het eerste, moderne toiletpapier uit. Je zou denken dat de mensen dolblij waren. Maar dat viel tegen. Voor vijftig dollarcent kocht je 500 losse velletjes toiletpapier. Toch poetsten de mensen nog liever met een oude krant of een velletje uit de postordercatalogus. In 1890 kregen Irvin en Clarence Scott van The Scott Paper Company in Philadelphia het idee om de velletjes op een rol te wikkelen. Die kon je makkelijker ophangen in het toilet. Door de wc-rollen in veel winkels te verkopen tegen een redelijk lage prijs, raakten de mensen steeds meer gewend aan de

handige papiertjes. De echte behoefte aan toiletpapier ontstond pas toen de eerste rioleringen binnenshuis verschenen. De mensen werden steeds hygiënischer. En daar hoorden ‘schone billen’ bij.

5    Wc-papier is gemaakt voor op de wc. Maar Hollanders blijven Hollanders. Als we kunnen besparen, dan doen we dat. Uit onderzoek van een bekende wc-papierfabrikant blijkt dat 61 procent van de mensen naar de wc-rol grijpt om de neus in te snuiten, 17 procent de rol gebruikt na het morsen van eten of drinken, 8 procent make-up bij de wastafel met de rol verwijdert, 7 procent er spiegels mee schoonmaakt en dat 3 procent er de gezichten van kleine kinderen mee schoonpoetst.

 

Papierpraat

6    Een aantal feitjes over wc-papier:

      ·    In een gemiddeld gezin gaat een rol wc-papier ongeveer vijf dagen mee.

      ·    Nederlanders gebruiken gemiddeld 8,5 velletjes wc-papier per toiletbezoek.

      ·    Per dag wordt in Nederland ongeveer 22.000 kilometer wc-papier door de wc gespoeld.

      ·    Per dag worden in Nederland 160.000 pakken wc-papier (met elk vier rollen) verkocht.

      ·    Gemiddeld brengt de Nederlander ongeveer 43 uur per jaar door op de wc-pot.

      ·    70 procent van de Nederlanders vouwt de velletjes wc-papier voor gebruik, 29 procent van de wc-gangers propt ze slordig bij elkaar.

7    Al met al zouden we niet terug willen naar de tijd voor de uitvinding van het wc-papier. Geef ons maar een luxe wc-rol om onze billen mee schoon te vegen. En dat we dat papier ook gebruiken om onze neus in te snuiten of viezigheid mee weg te halen, is toch alleen maar handig?

 

Naar: Wc-papier. In: Zo zit dat.

 

 

 

Werkwijzer/stappenplan zakelijk lezen

 

Oriënteren en voorbereiden

Bekijk de tekst globaal. Stel jezelf de volgende vragen:

 

1 Wat is de titel?       Geeft die je al een idee over het onderwerp en de inhoud van de tekst?     

 

2 Is er een ondertitel?ja  nee

Maakt die meer duidelijk over het onderwerp en de inhoud?     

 

3 Bevat de tekst tussenkoppen?ja  nee

 Wat maken die duidelijk over de inhoud?     

 

4 Zijn er stukken tekst die opvallen door de opmaak? Ja  nee       Bijvoorbeeld: grotere letter, vetgedrukt, schuingedrukt, tekstblokje apart in een kadertje of op een kleurige achtergrond. Wat is de bedoeling van die opvallende tekststukken?       Welke informatie geven ze over de inhoud?     

 

5 Zijn er illustraties (foto’s, tekeningen) afgedrukt? Ja  nee  Wat voor informatie geven die over het onderwerp en de inhoud?      

 

6 Uit welke bron komt de tekst (krant, tijdschrift, internet)?       Wie is de schrijver?      

 

7 Waar zal de tekst over gaan?      

 

8 Wat weet je al van het onderwerp? Noem minstens 3 punten    

 

Grondig lezen

Lees de tekst grondig. Stel jezelf de volgende vragen.

 

9 Wat is het onderwerp van de tekst       (zo kort mogelijk gezegd)?

 

10 Van welke woorden ken je de betekenis niet?                                                       Zijn het woorden die je nodig hebt om de tekst te begrijpen? Ja  nee  

Probeer de betekenis uit het zins- of tekstverband af te leiden, gebruik een woordenboek als dat niet lukt.

 

11 Wat is het doel van de tekst?      

 Wat wil de schrijver (bijvoorbeeld informatie verstrekken, mening geven, overtuigen, tot handelen aansporen)?  

 

12 Wat voor soort tekst is het (bijvoorbeeld informatief of aansporend of overtuigend)?

 

13 Voor welk publiek is de tekst bestemd?      

 

14 Welk deel van de tekst is de inleiding?      

 

15 Welk deel is het middenstuk?      

 

16 Welke deelonderwerpen komen in het middenstuk aan bod?      

 

17 Wat is het slot?      

 

18 Zit er een duidelijke lijn in de tekst, is de opbouw logisch en overzichtelijk?       

 

19 Welke alinea’s zijn het belangrijkst? Waarom?   

 

20 Wat is de hoofdgedachte van de tekst?      

 

Terugkijken

 

21 Geeft de tekst volgens jou genoeg informatie over het onderwerp of is er wat weggelaten?      

 

22 Staan er dingen in de tekst die onlogisch of onwaarschijnlijk zijn?      

 

23 Staan er dingen in de tekst waarmee je het niet eens bent?        Hoe denk jij er dan over?      

 

24 Vond je de tekst moeilijk of makkelijk? Moeilijk  Makkelijk

Hoe kwam dat? (lange zinnen, moeilijke woorden, ingewikkelde manier van uitleggen)      

 

25 Vond je de tekst interessant? Ja  Waarom wel      Nee  Waarom (niet)?      

 

26 Vond je de tekst nuttig of leerzaam? Ja  Waarom wel       Nee  Waarom (niet)?      

 

27 Van te voren had je iets verwacht van de tekst. Is dat uitgekomen? Ja  Waarom Licht je antwoord toe.       Nee  Waarom Licht je antwoord toe.      

 

 

Print het SO uit en lever in bij je docent