Werkwoorden oefening

Haal de werkwoorden uit de volgende zinnen

Werkwoorden zijn doe-woorden. Ze vertellen je wat er gebeurt.

Voorbeeld:
Manon leest een boek.
Mijn vader zwemt elke week.
De auto rijdt door de straat.

De rode schuingedrukte woorden zijn werkwoorden.
Leest is een werkwoord, want het vertelt wat Manon doet.
Zwemt is een werkwoord, want het vertelt wat mijn vader doet.
Rijdt is een werkwoord, want het vertelt wat de auto doet.

Werkwoorden vertellen dus wat iets of iemand doet. Of ze vertellen wat er gebeurt.