Diagnostische Toets BB4 Periode 7 Blok 3 Woordenschat Opdracht 5, 6 en 7

Deze meerkeuzevragen kennen maar een goed antwoord. Klik dat aan. Als je klaar bent met de toets print deze dan en levert hem in bij de docent voor een cijfer.



Naam:


Klas Werkgroep


Aantal punten Cijfer





1. De kalmerende woorden van de portier hadden op de agressieve discobezoeker een averechtse uitwerking.




2. "Bespaar me je opmerkingen!" riep de verontwaardigde leraar uit.




3. Het duel tussen Ajax en PSV eindigde in een gelijkspel.




4. De sportleraar hecht meer belang aan inzet van de leerlingen dan aan prestaties.




5. De moordenaar heeft zijn daad in koelen bloede verricht.




6. Volgens deze psycholoog is liegen een dagelijks verschijnsel; gemiddeld vertellen we anderhalve leugen per dag.




7. Restaurant De Olifant heeft in zijn vijfjarige bestaan een zekere reputatie opgebouwd.




8. Het is terecht dat je gewonnen hebt, want je had de meeste antwoorden goed.




9. De schurk probeerde zijn vijand in het verderf te storten.




10. In een oorlog vallen meestal veel doden en raken mensen verminkt.




11. In de Verenigde Staten is de rekening in een restaurant meestal exclusief bedieningsgeld. Daardoor denk je als toerist in het begin dat je voordelig uit bent.

exclusief betekent hier:
1Uitsluitend
2Niet voor iedereen

A. Beide zijn goed

B. I is goed en II is fout

C. I is fout en II is goed

D. Beide zijn fout




12. De excursie naar het verzorgingstehuis in Rotterdam was zeer geslaagd> We mochten verschillende bejaarden interviewen en ondertussen werd in de keuken voor ons een heerlijke maaltijd klaargemaakt.

A. uitwijding

B. leerzaam uitstapje




13. Is het iets voor u om een antislipcursus te volgen op het circuit van Zandvoort.

A. rondlopende baan

B. kring

C. rondgaand systeem




14. Wat Zwitserland voor buitenlandse automobilisten extra duur maakt, is de verplichting een vignet te kopen dat je achter de voorruit moet plakken.

A. versierend prentje

B. beeldmerk

C. sticker als bewijs van betaling




15. Aan de symptomen kan een dokter vaak meteen zien wat voor ziekte iemand heeft. Heeft een kind bijvoorbeeld hoge koorts en vlekjes op zijn gezicht, dan wijst dat op mazelen.

A. ziekteverschijnsel

B. kenmerk




16. Naast de professionele diefstal hebben we in toenemende mate te maken met onhandige amateur-diefjes.

A. door vakmensen gedaan

B. goed georganiseerd




17. In Nederland worden nog altijd grapjes gemaakt over Duitsers die in de Tweede Wereldoorlog fietsen van mensen vorderden.

A. vooruitkomen

B. opeisen




18. We moeten ervoor waken dat door de plotselinge stijging van het water in de grote rivieren, overal land onder water komt te staan.

A. wakker zijn

B. oppassen

C. beschermend toezien




19. In moderne tekenfilms wordt veel gebruik gemaakt van computeranimatie.

A. kunstwerken

B. bewegende tekeningen die samen een film opleveren.

C. grafitti




20. De harde aanpak blijkt vaak een effectief middel om ongewenst tienergedrag in de kiem te smoren.

A. doeltreffend, met een goede uitwerking

B. met effect

C. zonder gevolgen

D. met gevolgen




21. De harde aanpak blijkt vaak een effectief middel om ongewenst tienergedrag in de kiem te smoren.

A. op ideeen brengen

B. vanaf het begin onderdrukken

C. uiterste grens

D. losjes, als goede vrienden




22. Op TV2 kun je vanavond kijken naar de fascinerende beelden van de tijger in zijn omgeving.

A. zeer boeiende

B. leuke

C. spannende

D. emotionele




23. de bediening in Nederlandse winkels is nooit onbeschoft maar wel informeel.

A. zakelijk

B. vriendschappelijk

C. losjes, als goede vrienden




24. Veel fastfoodketens zoals McDonald's laten zich inspireren door pretparken en musicals.

A. op ideeen brengen

B. inpakken

C. voorlichten




25. Je kunt van je girorekening extra geld opnemen, maar er is een limiet.

A. verbod

B. boete

C. uiterste grens




26. De trouwe klant heeft profijt van zijn vasteklantenkaart, want hij krijgt daarmee reductie op de prijs van bepaalde artikelen.

A. een bonus

B. een premie

C. korting




27. Winkels krijgen steeds meer een sociale functie; ze worden gezellige ontmoetingsplaatsen voor winkelende mensen.

A. gemeenschappelijke ruimte

B. hulp voor de klanten

C. taak in de maatschappij




28. Jeugdbendes terroriseren al maanden het uitgaanscentrum van de binnenstad.

A. bang maken door geweld te plegen

B. intimideren

C. rotzooi trappen




Klaar ? Print de toets uit en lever hem bij je docent in





DDD2005