Leesstrategieën
Leesstrategieën:
Precies lezen: je leest een tekst precies als je de tekst goed wilt begrijpen
Vb. bij een krantenbericht, omdat je wilt weten wat er precies gebeurd is.
Vb. bij een tijdschriftartikel, omdat je dit wilt gebruiken voor een werkstuk.
Vb. bij een gebruiksaanwijzing, omdat je wilt weten hoe een apparaat werkt.
Zoekend lezen: als je op zoek bent naar informatie, hoef je niet altijd een tekst helemaal te lezen. Soms zoek je in een tekst alleen het gedeelte op met de informatie die jij wilt gebruiken. Je leest dan alleen de alinea's goed die jou interesseren.
Vb. je leest zoekend als jij in een tekst met verschillende onderwerpen naar één onderwerp op zoek bent. Je leest zoekend als je snel bepaalde informatie uit een tekst wilt halen.
Kritisch lezen: je moet niet alles geloven wat je leest. Daarom moet je teksten kritisch lezen. Je vraagt je dan af of de informatie uit de tekst wel betrouwbaar is. Hiervoor kijk je naar de bron (tekst uit een serieus tijdschrift is vaak betrouwbaarder dan een tekst uit een roddelblad), degene die de informatie geeft (deskundige is betrouwbaarder dan iemand die niets van het onderwerp afweet) en wat het doel van de tekst is (iemand die iets wil verkopen, vertelt vaak alleen goede dingen).
Studerend (nauwkeurig) lezen: sommige teksten moet je extra goed of studerend lezen. Teksten die je moet leren voor een repetitie bijvoorbeeld. Als eerste bekijk je de tekst, zodat je weet hoe hij in elkaar zit. Daarna lees je de tekst aandachtig door. Tot slot bekijk je de moeilijke stukken nog eens extra nauwkeurig. Om te controleren of je het snapt, kun je de belangrijkste stukken navertellen, je kan vragen bedenken en deze beantwoorden.